Zo tel je het gewicht op een halterstang
- Tel één kant. Tel de schijven op één huls bij elkaar op.
- Verdubbel. Beide kanten zijn gelijk geladen.
- Tel de stang erbij: 20 kg voor een olympische stang, plus wedstrijdsluitingen als die erop zitten.
Voorbeeld: een 25, een 10 en een 5 aan elke kant. 25 + 10 + 5 = 40; × 2 = 80; + 20 = 100 kg.
Snel tellen
- Elk paar schijven van 20 kg is 40 kg erbij. Eén per kant = 60 kg, twee = 100 kg, drie = 140 kg.
- Elk paar van 25 kg is 50 kg erbij.
- Tel eerst de grote schijven, dan het kleingeld. Let op schijven achter de sluiting.
Schijven in ponden
In sportscholen met pondschijven weegt de stang meestal 45 lb. Zet de eenheid op lb, tel de schijven en lees onder het totaal de omrekening naar kilo. Een schijf van 45 lb weegt ongeveer 20,4 kg: zie 20 kg vs 45 lb.
Veelgestelde vragen
Tel je beide kanten van de stang?
Ja. Het totaal is de stang plus de schijven aan beide kanten. Meestal tel je één kant en verdubbel je die.
Tellen de sluitingen mee?
Veersluitingen wegen bijna niets en tel je niet mee. Wedstrijdsluitingen wegen 2,5 kg per stuk en tellen wel mee. Kies „Wedstrijd” bij Sluitingen.
Hoeveel is twee schijven van 20 kg per kant?
100 kg: 80 kg aan schijven plus de stang van 20 kg.